1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
‹‹   september   ››
Zeg, waar is hier de dansvloer?  

Chaos alom. Het concert moet nu wel beginnen. Maar nog steeds wacht dertig man ongeduldig aan de balie. Voor mij een ideaal moment om stiekem gesprekken af te luisteren. “Zolang aanschuiven! Dat was toch anders in de tijd van Oud-België,” mokt een kale zestiger. “Die gingen dan ook niet zomaar failliet,” snauwt een scherpe vrouwenstem. “Maar daar kon je tenminste nog lachen.” “Jij met je lachen. ‘t Wordt eens tijd dat jij wat serieuze cultuur opdoet.” “Wat cultuur opdoen? Wedden dat ze ons niet eens binnenlaten? Dat komt ervan als je uren je gebit zit te kuisen. Maar ík ben er niet rauwig om. Nu kan ik toch nog gaan biljarten.”

 

Tot Jos’ grote ergernis is er van biljart geen sprake. Bijna een half uur wacht het orkest op alle trouwe fans. Voor Jos een reden te meer om zijn vrouw op de kast te jagen. “Zeg Josefien, waar is hier de dansvloer? Met zo’n orkest kunnen we toch wel een stevig dansje placeren?” “Jos, doe niet belachelijk. Hier zit je om te luisteren, niet om te dansen.” Wanneer het orkest de Vijfde Symfonie van Beethoven inzet, luistert iedereen gebiologeerd en kan je een speld horen vallen.

 

Hier geen yogabeoefenaar als Yehudi Menuhin, die dit stuk ooit ondersteboven, met zwaaiende benen, dirigeerde. Geen wonder dat toen de hilariteit ten top steeg. Maar tijdens deze uitvoering blijft het publiek bloedserieus. Dreigende en euforische klanken vullen de zaal. Net als man en vrouw lijken viool en cello om de overwinning te strijden en moet het lyrische het onderspit delven voor mannelijke heroïek. Na een mooie aanloop vol pieken en dalen eindigt de symfonie met een daverende climax, waarin alle instrumenten versmelten. Een donderend applaus weerklinkt. Josefien is met recht en reden onder de indruk van de loepzuivere cellomuziek en het virtuoze vioolspel. “Ik snap best dat jij je pruik afneemt voor die violist,” repliceert Jos. “Net als jij thuis, speelt die ook de eerste viool.”

 

Tijdens het tweede deel nemen kinderen plaats op het podium. Hun licht gekleurde kledij steekt schril af tegen de plechtige, zwarte klederdracht van de muzikanten. Als die met Brahms’ Hongaarse dansen het publiek opzwepen, kan het feest niet meer stuk. Met humor en hoorbaar speelplezier slaan ze zich door dit harde repertoire. Ze voelen elkaar perfect aan en leggen eigen accenten door hier en daar het tempo op te voeren of te vertragen. Erg bewonderenswaardig zijn de wervelende dwarsfluitsolo’s, de levendige triangelintermezzo’s en de fagot die als een bemoedigende vader ondersteuning biedt. Met hun spel op verschillende instrumenten geven ook de slagwerkers een knap staaltje talent ten beste. Maar niet alleen de muziek brengt sfeer. Wanneer een kind na de eerste dans luidkeels “mama!” roept, gonst een lachsalvo door de zaal.

 

Het laatste deel van de middag staat in het teken van Antonín Dvorák en Johann Strauss, met als hoogtepunt Strauss’ wereldberoemde Radetzkymars. Tijdens het rondo klapt iedereen de maat, nu eens zacht, dan weer luid. Ambiance gegarandeerd! Zelfs Jos kan na deze dansmuziek van honderd jaar geleden een vleugje enthousiasme niet onderdrukken. “‘An der schönen blauen Donau’, was dat niet onze eerste dans?” “Weet je nog hoe we toen van die muziek genoten?” “Ach zo! Dus ’t was helemaal niet om mij te doen!” Lachend, als een jong verliefd paar, verlaat het stel de zaal.

Disclaimer - Privacy Statement - Vlaams Radio Koor
'); ?>