1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
‹‹   september   ››
Tabachnik blogt  

Bruckner maakt zonder enige twijfel deel uit van datgene wat elke schepper vertaalt wanneer hij weergeeft wat Jung “het woord van God” noemt, namelijk wat de mens waarneemt van de wereld van het transcendente. Anders gezegd, Bruckner bekommert zich voortdurend over een muzikale weergave van het Essentiële.

 

Dit gegeven is reeds terug te vinden bij de Oude Grieken, die in hun cultus van het ideale via vereenvoudigde gedaantes vorm trachtten te geven aan een abstracte en puur geestelijke schoonheid. Vanuit hun instinct stelden zij “ideeën” voor van lichamen, die niet meer als waarneembare aanwezigheid gelden, maar enkel een natuurlijke vorm en bestaan kennen binnen een geestelijke wereld. De vorm is in die zin gezuiverd.

 

Op een andere manier ontrafelt Giacometti zijn personages tot het louter essentiële, tot hun ziel onthuld wordt. En zo gaat ook Bruckner te werk. Hij ontbloot de muziek, vereenvoudigt haar, maakt haar tot iets zeldzaam. Hij creëert een vergeestelijkte muziek. En zo spreekt hij Strawinsky tegen, die verklaart dat “ de muziek in haar essentie  machteloos staat in het uitdrukken van wat dan ook: een emotie, een attitude, een gemoedstoestand, de natuur, enzovoort. Het fenomeen van de muziek heeft als enig doel om orde aan te brengen in de dingen. Om uitgevoerd te worden, heeft zij enkel en alleen een constructie nodig. Eenmaal de constructie er staat en de orde bereikt is, is alles gezegd. Het heeft geen zin om er iets anders van te verwachten.” (Igor Strawinsky/Chroniques de ma vie I) Strawinsky heeft in dit opzicht gelijk wanneer de muziek ernaar streeft iets te vertellen of voor te stellen. Het is met andere woorden ondenkbaar om de intrige van een ballet te ontdekken door ernaar te luisteren.

 

“Als je er de woorden niet voor vindt, kan je niet weten wat de muziek betekent”, beaamt Boulez, die – instemmend met Strawinsky – er zeker van is dat “de muziek enkel zichzelf uitdrukt en met haar vocabularium enkel naar zichzelf kan refereren.” Wat ze uitdrukt veronderstelt echter een zekere emotionele geladenheid. Boulez sluit hierbij aan, en merkt op dat wanneer hij open staat voor de analyse van een fuga, “deze overdracht van een emotie volkomen onverklaarbaar blijft”, net zoals een wetsdokter die een lijk ontleed ook de zielsoorden niet kan terugvinden. Wat “de emotie of gemoedstoestand” betreft, is de bewering van Strawinsky bijgevolg slechts een vrome wens. Zijn vrome wens. Die de voorafgaande composities niet van hun emotionele kracht ontdoet.

 

En laat nu Bruckner het typevoorbeeld zijn van de componist die hem tegenspreekt. Want net Bruckner belaadt zijn muziek met emoties, emoties die het abstracte en mystieke raken – Bruckner was dan ook een gelovig man. En deze mystieke emotie dringt tot ons door, want Bruckner brengt ze op een “natuurlijke” manier over, op het onschuldige, naïeve af. Zonder enige variatie wisselen secties van vier maten elkaar af. De samenklanken zijn eenvoudig. De ritmes zijn elementair. En van daaruit ontstaat die diepte-indruk, dat spirituele verlangen waarvan hij – een beetje zoals Proust – de enige is die haar zo goed kan opwekken. Dat is het net: Bruckner vertaalt “het woord van God” in notentaal. Zoals Bach het hem voordeed.

 

Dat is één van de redenen waarom Bruckner onontbeerlijk is. Onvervangbaar in de muziekgeschiedenis. En ook één van de redenen waarom Brussels Philharmonic – het Vlaams Radio Orkest hem elk seizoen een bijzondere plaats geeft in het programma.

 

Michel Tabachnik

 

Om meer posten  te lezen van onze musici & onze medewerkers, ga naar

onze travelblog

Disclaimer - Privacy Statement - Vlaams Radio Koor
'); ?>