Parijs aan het begin van de twintigste eeuw. In het salon van Princesse de Polignac, één van de meest invloedrijke mecenassen uit het Franse muziekleven, komt het kruim van componisten en muzikanten samen. Ravel, Debussy, Satie, Strawinsky, Poulenc en tal van anderen komen er regelmatig over de vloer, en bestuiven elkaars opvattingen met nieuwe ideeën en opgedane impressies. De nog jonge Poulenc pikt alles gretig op en verwerkt het in zijn kenmerkende, eclectische stijl. Zijn Concerto pour deux pianos et orchestre klinkt dan ook als een verklanking van het bruisende leven in die tijd.

De Hilversumse pianisten-broers Lucas en Arthur Jussen hebben een bijzondere band met dit concerto. Ze spelen het al sinds ze kind waren, en veroverden er intussen de harten van het Nederlandse – en wellicht binnenkort ook Belgische – publiek mee.

“Laat een componist vooral niet proberen in de mode te zijn. Als je vandaag niet ‘à la mode’ bent, kan je morgen ook niet uit de mode zijn.”
- francis poulenc

Francis Poulenc (1899–1963) wordt vaak omschreven als een muzikale omnivoor: hij absorbeerde de meest uiteenlopende muziekstijlen en creëerde er zijn eigen muzikale universum mee. Hij is vooral gekend als één van de leden van de ‘Groupe des Six’, een groepje jonge componisten die zich verzetten tegen de romantische waarden en het impressionisme. Hun ideaal was eenvoudige muziek, toegankelijk voor iedereen en vermengd met elementen van alledag. Poulenc trad in 1917 als één van de laatsten toe tot het selecte clubje. En hoewel hij niet even technisch onderlegd was als zijn tijdgenoten, bezat hij wel het talent om de sfeer en diverse emoties van de jaren twintig te vatten in zijn muziek. Hij werd bij het grote publiek dan ook vooral bekend met zijn luchtige en humoristische werken, waaronder zijn kamermuziekstuk Rapsodie nègre, en later zijn ballet Les Biches. Toch is het de andere kant van zijn persoonlijkheid, zijn diepe geloof en spiritualiteit, die hem inspireerde tot enkele van zijn grootste meesterwerken.

De veelzijdigheid die zo kenmerkend is voor Poulenc, is overduidelijk aanwezig in zijn Concerto en ré mineur pour deux pianos et orchestre. Poulenc pingpongt er moeiteloos tussen jazz, barokke passages, Mozart en zelfs Balinese gamelanmuziek. Het concerto zag het licht in 1932 als opdracht van Winaretta Singer, ook bekend onder de naam Princesse de Polignac. Ze was de dochter van Isaac Singer – oprichter van het bekende naaimachinebedrijf – en erg geïnteresseerd in kunst en literatuur. Ze stelde haar Parijse salon maar al te graag open voor kunstenaars, organiseerde er concerten, en bood met haar compositie-opdrachten kansen aan jonge componisten.

Poulenc voltooide het concerto op drie maanden tijd in de zomer van 1932, en was vol vertrouwen: "Je zal zelf zien wat een enorme stap voorwaarts het is ten opzichte van mijn vorige werk; ik ga nu echt mijn grote periode in." En inderdaad, de première op 5 september in het Teatro La Fenice in Venetië, in het kader van de tweede editie van het International Society for Contemporary Music was een groot succes. Aan de piano zaten Poulenc zelf en jeugdvriend Jacques Férier. De wervelende compositie spat vanaf de eerste noot van de Parijse joie de vivre. In het openingsdeel wisselen flarden barok, music-hall en Spaanse castagnetten elkaar in sneltempo af, en aan het einde weerklinken dromerige klokjes uit de Balinese gamelanmuziek. Poulenc had deze traditionele slagwerkmuziek uit Bali wellicht opgepikt tijdens de Exposition Coloniale in 1931 in Parijs. Het tweede deel is een hommage aan Mozart. Poulenc ontleende schaamteloos een thema uit één van diens pianoconcerti: "Voor het openingsthema stond ik mezelf toe om terug te keren naar Mozart, omdat ik een voorliefde heb voor de melodische lijn, en ik Mozart verkies boven alle andere musici." Het concerto eindigt opnieuw met één en al energie, opgepept met een vleugje Strawinsky en Ravel, en de snelle en complexe ritmes uit de gamelan.

geschreven door Aurélie Walschaert

Info concert