Soms is er meer te vertellen. Veel meer. Over een werk, een tijdsperiode, een componist, een boek dat als inspiratie diende. In de Music Talk halen we er een specialist bij, die meer kader en achtergrond geeft.

Tijdens al onze Mahler-concerten dit seizoen (Flagey & Bozar) is dat Marc Erkens: deze meesterverteller neemt ons van achter de piano mee in de wondere wereld van Gustav Mahler.

“Er is maar één zesde symfonie, de Pastorale niet te na gesproken”
- alban berg

Toen Gustav Mahler zijn zesde symfonie in 1903 en 1904 componeerde, had hij zijn zaakjes mooi voor elkaar hoor. In 1897 had hij zijn grootste ambitie weten waar te maken door directeur te worden van de Weense Hofopera en dat ondanks alle mogelijke en openlijke tegenwerkingen van de machtige antisemitische lobby.

Nog vóór het einde van de eeuw kon hij een kast van een villa laten neerzetten in Maiernigg. (Hij had daar al geruime tijd een ‘studio’ staan waar hij zich in de zomer terugtrok om te kunnen componeren.) En in de hoofdstad kocht hij een modern en riant appartement.
Op 9 maart 1902 trouwde hij met Alma Schindler, zeg maar rustig de pienterste en betoverendste vrouw van heel Wenen, die hem twee juweeltjes van dochtertjes schonk: Maria Anna in 1902 en Anna in 1904.
En als klap op de vuurpijl werden zijn werken steeds frequenter en met steeds meer succes uitgevoerd. Na jarenlang aan de weg timmeren als componist wist Mahler zijn muziek eindelijk beetje bij beetje erkend te krijgen.

Wat zou een mens nog meer willen?

Of zou u ook al dat wind-in-de-rug-gedoe stilletjes aan beginnen te wantrouwen en met een onvervalst romantisch van gevoel van spleen het onherroepelijk keren van het tij zitten te verwachten? Of zou u het met een beetje borderline in de genen niet zelfs gaan afdwingen?
Of op zijn minst aankondigen?

Mahler in ieder geval wel, blijkbaar.

Hoe boos was zijn echtgenote al niet op hem geweest dat hij ‘Kindertotenlieder’ op teksten van Friedrich Rückert had geschreven, waarmee hij, volgens haar, het noodlot over zijn prille gezinnetje had afgeroepen. (Ze kreeg nog gelijk ook want in de zomer van 1907 kregen de beide meisjes roodvonk en difterie en de oudste dochter overleefde die infecties niet.)

Neen, Mahler kan het niet laten en schrijft een symfonie waarin hij zijn bangste voorgevoelens zomaar de vrije teugel laat en waarin zijn muziek de profeet wordt van het ontijdig einde van zijn carrière, zijn gezinsgeluk, zijn leven. Daarom zijn er die drie doffe slagen in het structureel gezien bijna chaotische vierde deel van de symfonie, slagen die moeten klinken als een boom die wordt geveld en onstuitbaar neervalt, levenloos, zonder een spoor van resonantie of galm. Nu ja, drie, het heet dat Mahler de derde slag uiteindelijk schrapte in de partituur, zoals hij ook het Scherzo en het Andante, oorspronkelijk het tweede en derde deel van de symfonie, van plaats verwisselde. Het gevolg daarvan is dat de symfonie nu bij iedere dirigent anders klinkt. Benieuwd wat Stéphane Denève gaat doen, trouwens.

En het heet dat Mahler zijn zesde symfonie nooit ‘de tragische’ heeft willen noemen. Of toch een beetje wel. Maar niet echt. Tenminste niet officieel. Waarom we daar zo over twijfelen? Omdat na Mahlers dood zijn weduwe als een betrouwbare bron van informatie werd geconsulteerd en die praatte, zoals wij allemaal, zichzelf nu eenmaal graag in de belangstelling.

Mag ik heel eerlijk zijn?
Eigenlijk mag u aan alles twijfelen.
In een brief aan de Nederlandse dirigent en vriend-tijdgenoot Willem Mengelberg schreef Mahler dat zijn zesde symfonie opnieuw een ‘harde noot om te kraken’ bleek, in ieder geval zo eentje waar de muziekkritiek haar zwakke tandjes weer maar eens op zou gaan stukbijten.
En meer weten we met echte zekerheid eigenlijk niet. Alle connotaties met buitenmuzikale feiten en ideeën zijn eigenlijk even zovele speculaties. Wat u hoort is immers muziek, geen klinkend dagboek met kant en klare zieleroerselen.

En die muziek is, hoe kan het anders, want het is Mahler, geweldig, kolossaal, omverwerpend, confronterend, overdreven, toverachtig, fantasievol, fantastisch, intiem, prachtig, zeer vakkundig (ook niet onbelangrijk) … en vooral doodeerlijk.

Laat u meeslepen door de dreigend-triomferende marsmuziek in het begin, het akkoord dat in de trompetten zomaar van kleur verandert: van open naar bang gesloten, het intieme intermezzo in de houtblazers met hier een daar een pizzicato in de strijkers dat zo weggelopen lijkt uit Glinka’s ‘Ruslan en Ludmilla’, het smekend-jubelende tweede thema dat, zo beweerde Mahler toch, een stem gaf aan zijn vrouw in deze muziek.
En kijk, dan heb ik het nog maar over de eerste drie minuten van deze symfonie.
Kan u nagaan… ook zonder alle tragische verhalen is dit ongelooflijk unieke muziek.

Graag tot de 21ste februari!

- Marc Erkens

21 februari: Mahler 6 Music Talk met Marc Erkens in Bozar

mensen warmmaken voor muziek

Het verbaast hem zelf waarschijnlijk nog het meest van al, maar Marc Erkens is sinds 2016 niet van het scherm af te branden. Sinds zijn deelname aan Culture Club op Canvas wordt op Facebook in kapitalen, geschreeuwd om hem een eigen show te geven.

Maar los van de populariteitshype doet Marc wat hij altijd doet en dat is mensen warmmaken voor muziek door hen het verhaal te vertellen achter de muziek, door muziek voor hen te ontrafelen. Marc Erkens vertelt over (klassieke) muziek en speelt piano. Hij doet dat met evenveel historische achtergrond als met een humoristische ondertoon. Voor groot en klein wordt klassieke muziek op zo'n manier ineens (wél) boeiend, omdat ze tot leven komt. Hij is laureaat van de Tenuto-wedstrijd van de Belgische Radio en Televisie, geeft al jaren kinder-, school-, introductie- en babbelconcerten en heeft een tijdlang cursiefjes geschreven voor de Vlaamse Klassieke Radiozender. Marc is opleidingshoofd Muziek aan de LUCA-campus Lemmens in Leuven.

Voordat Marc zijn eigen muziekprogramma op Canvas krijgt, komt hij dit seizoen vier maal naar Brussels Philharmonic om aan piano muzikale tekst en uitleg te brengen over de gespeelde werken van die avond.

Info concert