Met uitzondering van zijn ‘liederjaar’ in 1840, componeerde Schumann tot dan bijna uitsluitend pianomuziek. Maar dankzij de aanmoedigingen en het ontwikkelde muzikale oordeel van zijn echtgenote Clara Wieck, waagde Robert Schumann zich in 1841 ook aan het symfonische genre. Hij publiceerde zijn Eerste Symfonie, en schreef zelfs nog een tweede. Die hield hij echter in voor publicatie, waardoor zijn derde gecomponeerde symfonie officieel als tweede uitgebracht werd. De eerste schetsen van die Tweede Symfonie pende Schumann op een paar weken tijd neer in december 1845, herstellend van een zenuwinzinking en verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis.

van pianist tot componist

Robert Schumann (1810-1856) werd geboren in Zwickau, niet ver van Leipzig. Zijn vader was uitgever en verkoper van boeken, en die omgeving wakkerde Schumanns liefde voor literatuur en muziek aan. Na de dood van zijn vader verhuisde Schumann in 1826 naar Leipzig, waar hij zich inschreef voor literatuurstudies. In zijn vrije tijd volgde hij pianoles bij Friedrich Wieck, vader van getalenteerde pianiste Clara Wieck – die later zijn vrouw zou worden. Schumann moest zijn beginnende carrière als pianist helaas al snel opgeven door fysieke problemen aan zijn vingers, en koos dan maar voor the next best thing: schrijven en componeren. In die periode richtte hij het Neue Zeitschrift für Musik op, een muziekplatform waarin verslag werd gemaakt van de laatste ontwikkelingen in het Duitse Romantische muziekleven. Daarnaast componeerde hij tal van korte pianowerken waarmee hij enige beroemdheid verwierf. In 1837 verloofde hij zich met Clara Wieck, maar het zou tot 1840 duren voor het koppel officieel kon trouwen – Clara’s vader keurde het huwelijk af en vorderde een rechtszaak waarin Schumann zijn emotionele en financiële stabiliteit moest verantwoorden.

“Drums en trompetten schallen al enige tijd door mijn hoofd. Ik heb geen idee wat er van zal komen.”
- schumann in een brief aan mendelssohn

Aan de slag met de symfonie

Waarschijnlijk werkte Schumann uit deze gedachtenflarden het fanfare-achtige thema uit dat zowel aan het begin van de symfonie, als in het scherzo en aan het einde van de finale weerklinkt. De orkestratie en verfijning van de symfonie namen het daarop volgende jaar in beslag; Schumann moest het werk regelmatig onderbreken door periodes van fysieke en mentale terugval. Pas in oktober 1846 slaagde hij erin de symfonie af te werken. Een collega in Hamburg liet hij weten dat hij vreesde dat mensen het zouden merken dat hij de symfonie geschreven had in een periode waarin hij ziek was: “Het is muziek van licht en schemer, van zonneschijn en schaduw. Het eerste deel is doordrongen van mijn strijd, en het is grillig en ongevoelig van karakter. Het is boosaardig en ziekelijk. Soms ben ik bang dat mijn semi-invalide toestand in de muziek doorschemert.” Over de finale gaf hij echter aan opnieuw zichzelf te zijn, en dat is te horen aan de optimistische en uitbundige sfeer van het krachtige vierde deel.

De première ging door op 5 november 1846 in Leipzig, uitgevoerd door het Gewandhausorkest onder leiding van Mendelssohn.

Info concert