Brussels Philharmonic | Atelier Bach

Atelier Bach

PROGRAMMATOELICHTING

geschreven door JASPER CROONEN

Georg Friedrich Händel Concerto grosso B-Dur Nr. 2, op. 3, HWV 313 (1710 - 1718)
Georg Philipp Telemann
Konzert (Septett) für 3 Oboen, 3 Violinen und Basso continuo B-Dur, TWV 44:43 (1730 - 1738)
Johann Sebastian Bach
Brandenburgisches Konzert Nr. 3 G-Dur, BWV 1048 (1708 - 1721) / Ich liebe den Höchsten von ganzem Gemüte, BWV 174: I. Sinfonia (1729)

[beluister playlist: curated by Reinhard Goebel]
[beluister podcast: Altijd weer die Bach]

[beluister podcast: Bach Fan-Girling and Tartini]
[beluister podcast: The Baroque Era in 60 Seconds]
[bekijk alle toelichtingen]

-----

19:00 - 01.03.2024 TOUR & TAXIS BRUSSEL
21:00 - 01.03.2024
TOUR & TAXIS BRUSSEL

Brandenburgse gedachten
Wat spookt er door het hoofd van Bach?

Vermoedelijk ontmoette Johann Sebastian Bach Christiaan Lodewijk van Brandenburg in 1718 in Berlijn. Overdonderd door de muziek die de componist hem toen liet horen, vroeg de markgraaf aan Bach om hem zo snel mogelijk nog wat extra partituren op te sturen. Twee jaar heeft het geduurd voor Johann Sebastian daaraan toe kwam. Ach, wie recent zelf nog een sollicitatiebrief moest schrijven, weet hoe lastig zoiets kan zijn.

Wat Bach uiteindelijk opstuurde, werden de Brandenburgse Concerten. Een iconische verzameling met een al even legendarisch voorblad. Op basis van muziekhistorische bronnen en musicologische essays over de composities, en op basis van de (weliswaar beperkte) informatie die we hebben over de persoonlijkheid van Bach, proberen we ons in te beelden hoe de componist zich aan dat befaamde autograaf heeft gezet.

Köthen, 24 maart 1721

Verdomme, ik heb het allemaal weer veel te lang laten aanslepen.

Die man is al bijna twee jaar op mijn brief aan het wachten. Dat is natuurlijk veel te laat om hem mijn portfolio nog te bezorgen. Hoewel, hij leek me wel erg overtuigd toen ik hem in Berlijn tegen het lijf liep. Alsof hij toen wel enig plezier leek te hebben in de bescheiden talenten die de Hemel mij voor muziek heeft gegeven – niet slecht, dat kan ik meteen gebruiken.

Eens kijken, wat heb ik sindsdien allemaal op papier gezet. Het Clavier-Büchlein voor Wilhelm Friedemann? Neen, dat kan ik hem natuurlijk niet opsturen. De markgraaf zou zomaar eens kunnen denken dat ik hem niet serieus neem als kunstkenner, als ik hem deze kindermuziek doorstuur. Cantates, die heb ik met hopen neergepend. Maar neen, dat past natuurlijk helemaal niet bij zo een wereldlijke vorst als Christiaan Lodewijk. En mijn improvisatietalent aan het orgel valt maar moeilijk in notatie te vangen.

Wacht eens: in Saksen-Weimar heb ik nog wat stukken geschreven, en voor prins Leopold in Cöthen. Valt er daar niets te recycleren? Die muziek scoort toch ook altijd als ik ze in de koffiebar uitvoer! Ja. Dit is misschien wel iets. Deze ook. En deze … zes concerto’s, daar kan de markgraaf ook niet ontevreden mee zijn. Oké ze hebben niet echt veel met elkaar. Ze zijn allemaal verschillend van vorm en bezetting, maar dat krijg ik wel verkocht. Six concertos pour plusiers instruments. Het klinkt verdorie nog zo slecht niet.

Nu ik het eens goed bekijk, liggen die zes stukken nog niet eens zo ver uit elkaar. Drie met slotfuga’s, drie met dansdelen aan het eind. En die toonaarden lijken wel bewust op elkaar in te haken. Si mol groot, Fa groot, Sol groot en Re groot. Alsof het altijd een doelbewuste kwintencirkel rond Do groot moest vormen. Ik zou zelf beginnen geloven dat het altijd mijn plan geweest is om ze gebundeld uit te brengen. Als ik het niet zo druk had, schreef ik er snel nog eentje om van dat gelukkig toeval een tonaal punt te maken.

Ach, hier zal hij het mee moeten doen. Het lijkt me een ideale set om zijn hoforkest, voor zover dat nog bestaat, wat mee uit te dagen. Een beetje out there. De hippe stijl uit Weimar zullen ze in Berlijn ook wel weten te smaken. Ik weet zeker dat Christiaan Lodewijk mee is met alle laatste cultuurtrends. Die Italiaans geïnspireerde melodieën, die unieke instrumentcombinaties … die zal hij bij niet veel van mijn collega’s terugvinden.

Goed, nu hem nog even bedanken voor deze prachtige kans. Hoe begin ik daaraan? Een beetje formaliteit zal vast niet misstaan.

Aan Zijne Koninklijke Hoogheid
Mijn Heer
Christiaan Lodewijk

Ga ik er nu niet wat over? Ik heb de man ocharme één keer ontmoet. Per slot van rekening is hij ook máár een markgraaf. En als ik het goed begrepen heb, heeft zijn neefje Frederik Willem net de financiële duimschroeven aangedraaid. Dan zou al die protserigheid nog wel eens in het verkeerde keelgat kunnen schieten.

Ik weet het, een mopje over de overdaad aan vorstelijke titels, dat kan hij vast appreciëren.

Markgraaf van Brandenburg etc. etc. etc.

Goed. Dan dat van die talenten van de Hemel … composities te sturen … vrijheid genomen … eer te bewijzen … met onderhavige Concerten …

Nog even het moment de gloire. Laat ik hem wat pap aan de baard smeren voor zijn ‘fijne en delicate smaak, waarvan iedereen weet dat U die heeft voor muziekstukken.’ Verpauperd of niet, dat valt vast in goede aarde bij die vorsten. Om af te sluiten natuurlijk de orde van de dag: ik wil werk. Geef mij een job. Laat ik dat toch maar wat eleganter verwoorden. Bedankt voor uw interesse bij het lezen van deze brief is ook wat droogjes. Dit gaat wel de goede richting uit, niet?

Voor het overige, Mijn Heer, smeek ik Uwe Koninklijke Hoogheid zeer nederig, de goedheid te hebben om uw welwillendheid naar mij voort te zetten, en ervan overtuigd te zijn dat ik niets anders wens, dan het vermogen om in Uw meest waardige dienst te treden, ik die een ongeëvenaarde toewijding heb.
Van Uwe Koninklijke Hoogheid
de meest nederige & zeer gehoorzame Dienaar

Johann Sebastian Bach