in gesprek met Abel Selaocoe | Brussels Philharmonic

in gesprek met Abel Selaocoe

Een man stapt het podium op, cello in de hand. Hij kijkt de zaal in, spreidt zijn armen en zegt: ‘Welkom. Vanavond zijn jullie geen toehoorders, maar deelnemers. Onze ontmoeting is een uitwisseling.’ Dan begint hij te zingen en te spelen, en wordt alles duidelijk. Als een levende antenne capteert hij de energie van het publiek en stuurt die in veelvoud terug. De zaal wordt een woonkamer. Wie erbij was, gaat als een ander mens naar huis.

Ongeveer zo verloopt een concert van cellist, zanger en componist Abel Selaocoe (spreek uit als See-lau-twee). Als centrale artiest op Klarafestival 2026 speelt hij drie programma’s die het hele spectrum van zijn muzikale wereld bestrijken. Van traditionele muziek uit zijn geboorteland Zuid-Afrika tot barok, jazz, hedendaags klassiek en improvisatie: al die invloeden smelt hij om tot een uniek oeuvre in het teken van identiteit en culturele uitwisseling. Enkele maanden voor het festival blikken we samen met hem vooruit.

--

Katherina Lindekens in gesprek met Abel Selaocoe
tekst van Klarafestival

Klarafestival: Abel Selaocoe & Brussels Philharmonic ∙ 29.03.2026 ∙ Flagey

Wie de Zuid-Afrikaanse cellist Abel Selaocoe live meemaakt, voelt hoe zijn muziek veel verder gaat dan de noten: ze ademt identiteit, verbondenheid en afkomst, gedragen door de ubuntu-gedachte “Jij bent omdat ik ben; ik ben omdat jij bent.”

Componiste Jessie Montgomery koppelt wervelende muziek aan een diep sociaal bewustzijn. Voor Abel Selaocoe schrijft ze een nieuw celloconcerto, dat haar engagement en zijn temperament verenigt. Haar bruisende Coincident Dances sluiten de avond af. Starten doen we met drie Separation Songs van Carlos Simon, een collega uit haar componisten-collectief Blacknificent 7. De 3e symfonie van Florence Price maakt deze avond vol Afro-Amerikaanse meesterwerken af.

Ontdek meer
Het thema van Klarafestival 2026 is geïnspireerd op je debuutalbum met Bantu Ensemble: Where Is Home. Wat betekent het woord ‘thuis’ voor jou?

Thuis… Het heeft iets troostends, vind je niet? Het geeft kracht. Ik denk dat thuis veel meer is dan alleen een plek. Het zit vol nostalgie, vol herinneringen die je maken tot wie je bent. Thuis kan ook iets onbewusts zijn: de dingen die je doet zonder erbij na te denken, de mensen tot wie je je toevlucht neemt. Als je een toevluchtsoord hebt, heb je een plek om op te bouwen.

Wanneer besefte je dat muziek een thuis voor je kon zijn?

Dat gevoel is er altijd geweest, zo lang als ik me kan herinneren. Muziek was zo’n krachtige aanwezigheid in ons huis: mijn moeder, mijn broer, iedereen was voortdurend aan het zingen. Dat is iets wezenlijks aan hoe mensen in Zuid-Afrika samenkomen. Het hangt samen met religie, maar ook met een spiritueel geloof in onze voorouders. Voor mij is zingen de natuurlijkste zaak van de wereld, als een moedertaal.

Hoe verscheen de cello op het toneel?

Mijn broer was heel nieuwsgierig en zag muziek als een sleutel die ons overal kon brengen. Hij nam me mee naar een outreach-programma in Soweto, waar hij fagot speelde. Voor mij koos hij de cello uit, en zei: ‘Dit is waar jij heen gaat.’ En zo geschiedde. (lacht) Eerst zocht ik zelf mijn weg op het instrument: ik plukte, duwde en draaide aan allerlei dingen. Het was puur spelen, geweldig. Dankzij die school in Soweto ontdekte ik later Bach en Beethoven, en kon ik mijn techniek verfijnen.

In de muzikale wereld waar je vandaag aan bouwt, klinken allerlei invloeden door. Kun je ons een rondleiding geven?

In het township waar ik opgroeide, stonden alle deuren open. Als kind loop je rond en hoor je jazz uit een boombox komen. Je hoort de buren bidden en trommelen voor een ritueel. Je hoort activistische liederen, voetballiederen… een kakofonie van geluiden. Sommige daarvan weerspiegelen elkaar over alle koloniale grenzen heen. Neem nu de hymnes uit mijn kindertijd: die verbinden Zuid-Afrikaanse kerkmuziek met de koralen van Bach, en zelfs met protestliederen. Ik ben het product van al die invloeden. De kunst bestaat erin om daarmee aan de slag te gaan en je eigen waarheid te zoeken. Dat idee is de kern van mijn klankwereld.

Improviseren is een zintuiglijke totaalervaring, een verkenning van je geest, lichaam en creativiteit. Het is verdwalen en niet verdwalen tegelijk. Je zoekt oplossingen in het moment en reist van het ene verhaal naar het andere, zonder een logische route te moeten volgen. Improvisatie bevrijdt ons.

Abel Selaocoe
Het valt op hoe vrij je omspringt met het muzikale verleden. Hoe kijk jij naar repertoire?

Ik probeer vooral een verhaal te vertellen. We staan op de schouders van zovelen. Waarom je hier bent, hoe je spreekt, hoe je beweegt: daar zit een hele geschiedenis achter, vol mensen die hard werkten opdat jij deze plek zou kunnen innemen. Dus: kijk om, ga op zoek naar unieke verhalen. En neem de invloed van je tijdgenoten mee, vertel ook wat er nu gebeurt. Er loopt een draad door de geschiedenis die ons allemaal verbindt.

Je spreekt vaak over improvisatie als een sleutel tot de verbeelding. Wat gebeurt er met je wanneer je improviseert?

Als kind had ik een vriend in Zuid-Afrika, een geweldige trompettist. Hij vergeleek improviseren met het gevoel dat je krijgt als je van een heuvel valt. Je schuift over de grond en grijpt om je heen, in een poging je evenwicht terug te vinden. Improviseren is een zintuiglijke totaalervaring, een verkenning van je geest, lichaam en creativiteit. Het is verdwalen en niet verdwalen tegelijk. Je zoekt oplossingen in het moment en reist van het ene verhaal naar het andere, zonder een logische route te moeten volgen. Improvisatie bevrijdt ons.

Is die overgave ook wat je je luisteraars aanreikt wanneer je ze uitnodigt om mee te zingen?

Zeker, al heeft dat ook te maken met een Zuid-Afrikaans – of beter: een universeel – principe waarmee ik opgroeide. Wanneer iemand voor een groep mensen staat, geloof ik niet dat de massa alleen ontvangt. In beide richtingen wordt belangrijke informatie overgedragen. Wanneer mensen naar een concert gaan, is dat niet om passief te luisteren. In de ruimte die we delen ontstaat een energie waarvoor we als groep verantwoordelijk zijn.

Hoe blijf jij thuis in jezelf wanneer je op het podium staat?

Door pure eerlijkheid. Je staat voor een groep mensen en creëert iets uit het niets. Dat is ongelooflijk! Het zou een onrecht zijn om daar perfectie aan op te dringen. Alles kan gebeuren, op elk moment. Volgens mij is precies die spontaniteit wat mensen zoeken in een concert. Dat besef helpt me om te aarden. Ik ben hier niet voor jouw perfectie. Ik ben hier om je een gevoel van creativiteit te geven, een weerspiegeling van jezelf.

Een moment van saamhorigheid ook?

Zeker. Hoe verschillend onze levens ook zijn, we zitten enkele uren samen in een zaal en zijn even met elkaar verbonden. Dat is magisch. Wanneer we na afloop opnieuw de wereld in trekken, hebben we het gevoel ergens bij te horen, deel te zijn van een gemeenschap. We hoeven elkaars naam zelfs niet te kennen, het volstaat te weten wat het betekent om mens te zijn.

In het cd-boekje van Where Is Home vraag je je af: ‘Als ik zo vaak mogelijk het woord “heal” uitspreek, zal de wereld dan genezen?’ Geloof je dat muziek kan helen?

Absoluut. Het is belangrijk om soms naar de kleine dingen te kijken, want de grote dingen kunnen behoorlijk overweldigend zijn. En het is goed om jezelf af en toe even te vergeten. Ik denk dat muziek daarbij kan helpen. Muziek kan op zoveel manieren genezen. Ze kan spanningen tussen mensen wegnemen, misverstanden opheffen. Woorden en lichaamstaal worden vaak verkeerd begrepen, maar in muziek verstaan mensen elkaar. Op onze telefoons hebben we vandaag allemaal playlists met muziek uit verschillende culturen. We kunnen ons op zoveel plaatsen tegelijk wanen, en de meest uiteenlopende mensen leren begrijpen.

Jessie en ik hebben verschillende Afrikaanse roots: zij komt uit de Verenigde Staten, ik uit Zuid-Afrika. Maar toch vertellen we verhalen die met elkaar blijken te resoneren. Zo begonnen we samen na te denken over onze moeders: hoe leefden en dachten zij, hoe zaten ze in elkaar? Deden ze gelijkaardige dingen? Geïnspireerd door die vragen begon Jessie te schrijven. Ze is zo’n creatieve kracht; ik kan niet wachten om haar concerto te ontdekken.

Abel Selaocoe
Tijdens Klarafestival speel je drie concerten, waarvan het eerste met je eigen Bantu Ensemble. Wat betekent deze groep voor jou?

Bantu Ensemble is mijn muzikale thuisbasis. Ons werk gaat over vriendschap, identiteit en gemeenschap, maar ook over graven naar het onbekende, spelen zonder na te denken. Als kwartet brengen we een waaier van geluiden samen. Onze pianist, Fred Thomas, is een ongelooflijke barokmuzikant, dus spelen we Bach, en weven daar andere stijlen door. Percussionist Dudù Kouaté creëert kosmische klanken met een enorm arsenaal aan Afrikaanse percussie-instrumenten. Hij opent een wereld die raakt aan de improvisatie en de free jazz. Basgitarist Alan Keary heeft dan weer een geweldige groove, die ons aan het dansen brengt. Al die elementen zijn deel van onze taal.

Waarom richtte je het ensemble op?

Ik denk dat ik de grenzen tussen klassieke muziek en mijn eigen werk nog verder wilde doen vervagen. Deze musici zijn zo creatief dat ik hun niet eens hoef te vertellen wanneer ze klassiek moeten spelen of een andere weg kunnen inslaan. Onze uitwisseling voelt heel organisch.

Voor je tweede concert, ‘Kindred Spirits’, stelde je een avontuurlijk gelegenheidskwartet samen.

Ook dat project brengt verschillende werelden bij elkaar. Sopraan Héloïse Werner is vooral bezig met hedendaagse muziek en gebruikt haar stem dus heel anders dan ik. Het leek me interessant om twee zangers te laten dialogeren die zulke verschillende dingen doen, zowel vocaal als cultureel gesproken. Percussionist Bernhard Schimpelsberger is gespecialiseerd in Indiase klassieke muziek; ook hij brengt een batterij aan instrumenten met zich mee. En dan is er nog de jazzpianist Fabian Fiorini, die traditie en improvisatie moeiteloos verbindt in zijn werk. Elk van ons vieren zal muzikaal materiaal voorstellen aan de de groep, als een geschenk. Op basis van die bijdragen gaan we samen improviseren. Benieuwd waar we zullen uitkomen!

Tot slot treed je op als solist met Brussels Philharmonic, in een gloednieuw celloconcerto van de Amerikaanse componiste Jessie Montgomery.

Het wordt de Belgische première van dat werk, heel spannend. Jessie en ik hebben verschillende Afrikaanse roots: zij komt uit de Verenigde Staten, ik uit Zuid-Afrika. Maar toch vertellen we verhalen die met elkaar blijken te resoneren. Zo begonnen we samen na te denken over onze moeders: hoe leefden en dachten zij, hoe zaten ze in elkaar? Deden ze gelijkaardige dingen? Geïnspireerd door die vragen begon Jessie te schrijven. Ze is zo’n creatieve kracht; ik kan niet wachten om haar concerto te ontdekken.