Luc Brewaeys Symfonie nr. 6 (2000)
—
Luc Brewaeys Préludes Book I & II by Claude Debussy recomposed for orchestra (selectie) (2004-2005)
Luc Brewaeys Symfonie nr. 2 (1987)
Daan Janssens Vioolconcert (2025) (wereldcreatie, co-commissie Brussels Philharmonic & Concertgebouw Brugge)
30.01.2026 FLAGEY BRUSSEL
31.01.2026 CONCERTGEBOUW BRUGGE
De kern van dit programma bestaat uit twee symfonieën van Luc Brewaeys – intussen 10 jaar geleden overleden – die samen een mooi beeld van zijn muzikale evolutie schetsen. De Tweede Symfonie (1987) is kort maar massief (Brewaeys vraagt een honderdkoppig orkest) en bevat een driedelige structuur (snel-langzaam-snel) maar dan zonder onderbrekingen als één doorlopend werk. Het kreeg als ondertitel “Komm! Hebe dich…” een referentie naar de Achtste Symfonie van Gustav Mahler, dat in de muziek net voor het einde van het langzame deel ook subtiel als citaat opduikt. Het is een werk waarin de principes van de spectrale muziek – compositietechniek die gebaseerd is op de natuurlijke verhoudingen van boventonen, het ‘harmonische spectrum’ – heel helder naar voor komen. Deze compositietechniek vormde voor Brewaeys sinds het midden van de jaren ’80 technisch en esthetisch het vertrekpunt en zou dat blijven doen (maar op een minder strakke manier) in zijn latere werken zoals de Zesde Symfonie.
In de Tweede overheersen statische spectrale akkoorden (allemaal afgeleid van de natuurlijke boventonen van een lage do), maar die krijgen spannende impulsen mee van abrupte omschakelingen in de textuur: morsecode-achtige ritmes in de blazers, ijle glissandi, veel activiteit van de metalen percussie en een slotdeel dat ongenadig wordt voortgestuwd door een ostinato-ritme van twee percussionisten. Het opvallendst zijn echter de talrijke even excentrieke als inventieve vondsten om bijzondere klanken toe te voegen wat het sterkst opvalt bij de percussie, met onder meer een prominente rol voor gongs die gedeeltelijk in en uit het water worden getild. Het meest verbeeldingsrijke is dat de componist ook het percussie-arsenaal laat aanvullen met een badkuip en een …stookolietank. Hoe theatraal en mogelijk bizar zulke keuzes ook kunnen lijken, bij Brewaeys draait het allemaal om de klank en op een wonderlijke manier passen die vreemde elementen naadloos in zijn sonore universum.
De Zesde Symfonie (2000) getuigt al evenzeer van een zorgvuldig gekozen alternatieve behandeling van het orkest. Hiervoor herschikt Brewaeys de instrumenten, met de altviolen vooraan, de eerste violen daarnaast en de tweede violen op één rij helemaal achteraan het podium (waardoor die 2de violen letterlijk ‘vanuit de verse’ klinken). De vrijgekomen plek van de 2de violen wordt ingenomen door een trio van synthesizer, piano en harp, dat ook muzikaal een prominente rol vervult – het zijn ook deze instrumenten die het sterkst bewerkt worden door de elektronica (met een ringmodulator), want ook daarmee breekt Brewaeys de orkestklank verder open – met reverb vermenigvuldigt en bevriest hij bij momenten de orkestklank om een nog densere textuur op te bouwen.
Als de Tweede Symfonie stralend en exuberant klonk, is de Zesde merkbaar donkerder. Het is het eerste werk waarin Brewaeys aangaf zonder vooropgezet plan te componeren – in plaats van een strak uitgemeten tijdsstructuur, liet hij zich hier als het ware door de muziek meevoeren om te kijken waar hem dat zou brengen. Of de opvallende aanwezigheid van uitgesproken brede melodische lijnen (vooral de altviolen en de hoorns hebben een gulle lyrische rol toebedeeld gekregen) naast de vertrouwde statische harmonieën en zinderende ritmische opwinding daar iets mee te maken heeft, is niet duidelijk, maar het verleent de Zesde symfonie wel een ingetogen, donkere kleur.
Die focus op kleur doordesemt bij uitbreiding het hele programma. Componeren voor orkest biedt de (hedendaagse) componist niet enkel een kans om te werken op grote schaal een massale bezetting, maar bovenal is de verzameling instrumenten in het orkest een uitnodiging om in te zetten op klankcombinaties en de onuitputtelijke hoeveelheid orkestrale kleuren die daarmee kunnen worden aangesproken. Vanaf het begin van de 20ste eeuw – en Claude Debussy mag beschouwd worden als een pionier op dat vlak – groeit dan ook het idee om klankkleur een volwaardige plek te geven naast aspecten als melodie, harmonie of ritme. Niet enkel welke noten er een melodie of akkoord vormen, maar welke instrumenten die noten spelen wordt daarbij belangrijk, want dezelfde toon op een fluit of een trompet maakt een immens verschil. De orkestbewerkingen die Luc Brewaeys tussen 2002 en 2005 maakte van de Préludes (oorspronkelijk voor piano) van Claude Debussy illustreert dit perfect. Voor deze orkestraties legde Brewaeys zich de beperking op om geen enkele noot aan Debussy’s partituur te veranderen en dus ook geen noten een octaaf hoger of lager te verdubbelen (nochtans een gebruikelijke praktijk bij het orkestreren). Wat overblijft is een spel van wisselende instrumentcombinaties die zorgvuldig gekozen zijn om de muziek van Debussy op een andere (en een duidelijk Brewaeys-achtige) manier te belichten.
Maar bij het componeren met klankkleur zijn nog andere factoren van belang dan welk instrument welke noot speelt: hoe spelen ze dat? Een treffend voorbeeld vinden we in het nieuwe Vioolconcerto (2026) van Daan Janssens, dat hier zijn wereldpremière beleeft. Een van de motivische ideeën die daar in de vioolpartij opduikt, is iets wat ogenschijnlijk driemaal dezelfde noot (een re) is, maar iedere keer op een andere snaar wordt aangestreken. Het verschil in klanknuance is subtiel maar toch opvallend. De focus op klank spreekt bij Janssens ook uit het gebruik van elektronica die twee functies vervullen. Ten eerste is dat op voorhand opgenomen (en bewerkt) materiaal dat toelaat dat de solist niet enkel met het orkest maar ook met een elektronische versie van zichzelf in dialoog kan gaan. Daarnaast wordt de viool live ook elektronisch bijgekleurd met epische galm (reverb) en het live toevoegen van microtonale intervallen (met een harmonizer). Ook hier dient de technologie als verlengstuk van het orkest en voor het uitbreiden van het klankenpalet.
noise and toys part 3: ontdek onze interactieve installaties voor nieuwsgierige oren tijdens het concert Fasten Seat Belts!
Daan Janssens schrijft op vraag van Brussels Philharmonic een nieuw vioolconcerto voor Samuel Nemtanu, aanvoerder tweede violen. Mission: Violin volgt hun jarenlange dialoog vanop de eerste schetsen tot de wereldpremière in Flagey, met surround electronics als onmisbaar klankuniversum rond het orkest.
Kijk exclusief mee achter de schermen en ontdek hoe componist en solist elkaar uitdagen en inspireren in onze nieuwe video- én podcastreeks.
verleden, heden en … een parallelle wereld - de drie pijlers van Daan Janssens' Vioolconcerto
Luc Brewaeys: een van Vlaanderens meest markante componisten - verdiep je alvast in zijn klankwereld met deze longread