Verdi: Requiem | Brussels Philharmonic

Verdi: Requiem

PROGRAMMATOELICHTING

geschreven door AURÉLIE WALSCHAERT

Giuseppe Verdi Messa da Requiem (1874)
met Louise Foor (sopraan), Estelle Defalque (mezzosopraan), Denzil Delaere (tenor), Alexandre Duhamel (bas)

[bekijk alle toelichtingen]

-----

26.09.2026 FLAGEY BRUSSEL
27.09.2026
FLAGEY BRUSSEL

Verdi: Requiem

Als een van de oudste genres in de westerse muziekgeschiedenis kleurt het requiem al eeuwenlang de rituele overgang van het leven naar dood. Waar de dodenmis aanvankelijk nog deel uitmaakte van de liturgische dienst, brak het in de romantiek los van de katholieke context en groeide het uit tot een individuele belijdenis en indrukwekkend spektakelstuk. Dat laatste geldt al zeker voor de Messa da Requiem van de Italiaanse componist Giuseppe Verdi (1813-1901). Hij goot de dramatische teksten in 1874 in een minutieus opgebouwde en monumentale herdenkingscompositie die het midden houdt tussen opera en gewijd werk.

Hommage aan een kunstenaar en patriot

foto 1: Alessandro Manzoni
foto 2: Giuseppe Verdi

Toen Verdi vernam dat de beroemde Italiaanse operacomponist Gioacchino Rossini op 13 november 1868 overleden was, reageerde hij erg aangeslagen: ‘Een grote naam is uit de wereld verdwenen! Hij had de verst reikende en meest populaire reputatie van onze tijd, en hij was de trots van Italië! Wat zal er ons nog resten, wanneer de andere nationale held die nog leeft [Manzoni], er niet meer zal zijn?’

Niet lang na Rossini’s overlijden schreef Verdi zijn muziekuitgever Ricordi met het voorstel om hem te eren met een requiem, gecomponeerd door het kruim van de Italiaanse toondichters. Zo geschiedde: dertien componisten, onder wie Verdi, leverden elk hun bijdrage aan de Messa per Rossini. Het werk zou op de eerste verjaardag van zijn dood in première gaan in Bologna, maar door allerlei financiële, logistieke en politieke redenen werd het collectieve eerbetoon afgelast en pas een eerste keer live opgevoerd in 1988 in Stuttgart.

Nog geen vijf jaar later gebeurde waar Verdi zo voor gevreesd had: op 22 mei 1873 stierf de Italiaanse dichter en romanschrijver Alessandro Manzoni. Voor Verdi was hij veel meer dan een vooraanstaande auteur. Ook hij was een overtuigd patriot die streed voor de bevrijding en eenmaking van Italië. Met zijn vele geschriften, en in het bijzonder zijn roman I promessi Sposi (De Verloofden), had Manzoni de Risorgimento (letterlijk: wederopstanding) in Italië mee aangewakkerd. Terwijl Manzoni die nationalistische gevoelens in zijn romans vertolkte, verwerkte Verdi de maatschappelijke en politieke thema’s in opera’s die qua onderwerp en muzikale stijl dicht bij het volk bleven. Het leverde beide kunstenaars een wederzijdse bewondering op.

Verdi kroop opnieuw in zijn pen en schreef zijn uitgever met het volgende verzoek: ‘Ook ik zou willen laten blijken hoeveel genegenheid en eerbied ik had en nog steeds heb voor die Grote Man die er niet meer is, en die Milaan zo waardig heeft geëerd. Ik zou een requiemmis op muziek willen zetten, volgend jaar uit te voeren op de herdenkingsdag van zijn overlijden. De mis zou vrij groots van opzet zijn, en naast een omvangrijk orkest en koor zouden er ook vier of vijf solisten nodig zijn. Het kopiëren van de muziek kan op mijn kosten gebeuren, en ik zou de uitvoering zelf dirigeren, zowel tijdens de repetities als in de kerk.' Verdi’s uitgever en het gemeentebestuur van Milaan verklaarden zich meteen akkoord met het plan, en Verdi ging aan het werk.

Religieuze muziek of opera?

Al van bij de start zag Verdi zijn versie van de dodenmis als een concertwerk dat los zou staan van zijn oorspronkelijke liturgische functie. Het enige wat hij aan de katholieke liturgie ontleende was de structuur en de teksten uit het requiem. Het resultaat is een zevendelig spel aan contrasten in timbres en textuur: tussen de verstilde en indringende smeekbedes om eeuwige rust in het openingsdeel en het afsluitende Libera Me lopen de emoties hoog op, aangevuurd door krachtige homofone koorpartijen en grote blazerssecties. Het onmiskenbare hoogtepunt is een angstaanjagend Dies Irae, waarin Verdi de apocalyptische beeldspraak verpakt als een heuse opera-akte met verschillende dramatische scènes.

Verdi’s Messa di Requiem is niet alleen groots in theatraliteit en duur – een gemiddelde uitvoering duurt ongeveer 90 minuten – maar ook in omvang: het werk vraagt al snel om zo’n 200 muzikanten op scène. Voor de première ging Verdi’s keuze mede daarom naar de San Marco-kerk in Milaan. Daar was voldoende plaats voor de 225 muzikanten. Alleen had Verdi niet op zo’n toestroom aan publiek gerekend: door de grote belangstelling moest een deel van de aanwezigen de première op 22 mei 1874 van buiten de kerk meevolgen. Na de succesvolle creatie stonden al meteen drie uitvoeringen gepland in de Scala van Milaan, en vrij snel kreeg het werk ook in heel Italië en ver daarbuiten veel bijval.

Al klonken er ook kritische stemmen: kon een populaire operacomponist die zich openlijk distantieerde van het katholieke geloof zich wel wagen aan een kerkelijk genre? De Duitse dirigent Hans von Bülow geloofde alvast van niet en noemde het requiem zelfs ‘Verdi’s laatste opera, maar dan in een kerkelijk gewaad.’ Die kritiek pareerde Johannes Brahms dan weer: ‘Bülow heeft zichzelf geweldig voor schut gezet ... Alleen een genie kan zo'n werk geschreven hebben.’ En ook muziekcriticus Eduard Hanslick voegde zijn stem toe aan de polemiek. Hij wijdde er een heel artikel aan, waarin hij verklaarde dat zelfs een mistekst met een eeuwenlange traditie als materiaal kan dienen voor een vrij kunstwerk, en dat de waarde ervan los staat van de context waarin die tekst ontstaan is. ‘In de concertzalen van Parijs, Londen en Wenen presenteerde Verdi zijn werk aan de congregatie voor wie het werk echt bedoeld was – de muzikale gemeenschap’, aldus Hanslick.