-
Michael Seal
dirigent
We installeren onze eigen versie van het muzikaal salon voor één middag in de Malibranzaal, de repetitiezaal in het hart van de ateliers van De Munt - en nodigen het publiek uit om dicht bij het orkest een plek te zoeken. ----- Op de werkbank: de Zevende Symfo ...
[lees meer]
We installeren onze eigen versie van het muzikaal salon voor één middag in de Malibranzaal, de repetitiezaal in het hart van de ateliers van De Munt - en nodigen het publiek uit om dicht bij het orkest een plek te zoeken.
-----
Op de werkbank: de Zevende Symfonie van Antonín Dvorák, een buitenbeentje in zijn oeuvre. Anders dan de optimistische symfonieën Acht en Negen, is dit een gedurfd werk dat bol staat van melancholie en stormachtige tragiek - wars van complexiteit, direct en overtuigend. Dirigent Michael Seal neemt je mee in de muziek, vertelt over de componist, het werk en hoe hij er met het orkest aan geschaafd heeft.
“Liefde, God, en mijn vaderland”
Dvořák startte het werk aan zijn Zevende Symfonie, geïnspireerd door Brahms’ Derde. Al van bij de eerste schetsen was het duidelijk dat zijn vaderland Tsjechië de hoofdrol zou spelen - hij schreef in een brief aan een vriend: “Wat in mijn hoofd speelt is liefde, God, en mijn vaderland.” Dvořák-kenners noemen deze symfonie, samen met de Achtste en Negende, een hoogtepunt in zijn symfonische oeuvre.