Brussels Philharmonic | Klarafestival: Abel Selaocoe

Klarafestival: Abel Selaocoe

PROGRAMMATOELICHTING

geschreven door PAULINE DRIESEN
met dank aan Klarafestival

Florence Price Ethiopia's Shadow in America (1929-1932)
Carlos Simon Songs of Separation: I. The Garden II. Burning Hell IV. We Are All the Same (2023)
Leonard Bernstein West Side Story: Symphonic Dances (1957)

Jessie Montgomery These Righteous Paths: Cello Concerto (2025) (Belgische première)
Jessie Montgomery Coincident Dances (2017)

[bekijk alle toelichtingen]

-----

29.03.2026 FLAGEY BRUSSEL

Muziek die vele verhalen tot leven wekt

Als het van Carlos Simon afhing – met amper veertig lentes de jongste componist op het programma – dan hoefde deze toelichting er eigenlijk niet te liggen. Simon houdt er niet van de luisteraar al te duidelijk de weg te wijzen. Wat muziek zo boeiend maakt, vindt hij, is precies dat iedereen er iets van zichzelf in kan herkennen. Ook de composities op dit programma zijn gegrond in de unieke ervaringen en achtergronden van hun makers. Alle vier groeiden ze op Amerikaanse bodem op, zonder ooit hun wortels elders te vergeten. Samen vormen hun werken een levendig palet van stijlen en verhalen, geworteld in de Afro-Amerikaanse diaspora en vaak uitgesproken persoonlijk. Maar toch ook telkens weer verrassend universeel…

Deze programmatekst wil dan ook in de eerste plaats een gids zijn, geen routebeschrijving. Want elke luisteraar zal deze muzikale reis anders ervaren – en dat begint al bij de bagage die je (onbewust) meedraagt. De diversiteit aan achtergronden en ervaringen die zo ook het publiek kenmerkt, is een rijkdom die Abel Selaocoe koestert. In dit programma mag de centrale gast van Klarafestival 2026 dan wel als solist in de spotlights staan, dat betekent niet dat hij het publiek in het donker rondom hem vergeet. Integendeel, elk concert is voor Selaocoe een uitwisseling: hij is even nieuwsgierig naar het verhaal dat jij in deze muziek hoort, als naar het verhaal dat hij er zelf in kwijt wil.

Florence Price

Ethiopia's Shadow in America (1932)

Het verhaal van Florence Price is het laatste decennium vaak verteld. Price groeide op in het door een steeds sterkere segregatie geteisterde Amerika van de eerste helft van de 20e eeuw. Na een leven lang opgebokst te hebben tegen racisme en seksisme, leek haar uitzonderlijke muzikale erfenis al snel in de vergetelheid te zijn geraakt. Tot in 2009, in een bouwvallig huis bij Chicago, plots een schat aan originele partituren van haar hand werd ontdekt. Het leidde tot een ware revival, zodat Price vandaag bij het grote publiek bekend is als zoveel meer dan alleen maar de eerste zwarte vrouw van wie het werk door een professioneel Amerikaans orkest werd uitgevoerd – weliswaar een bijzondere eer die haar eerste symfonie te beurt viel in 1933.

In diezelfde jaren componeerde Price Ethiopia’s Shadow in America, het enige werk in haar oeuvre dat een expliciet programma meekreeg. De drie bewegingen schetsen de reis – of beter, de ontworteling – van Afrikaanse mensen die als slaafgemaakten naar Amerika werden gebracht. Het uitgebreide eerste deel verbeeldt hun aankomst, met een orkestrale kleuring die de mysterieuze aantrekkingskracht maar ook de ontreddering van een nieuwe wereld verklankt. Daartegenover hanteert Price een opvallend sobere harmonische taal in het tweede deel, waarin vooral de strijkers aan het woord komen. Met warme, ingetogen melodieën maken zij het innerlijke krachtveld hoorbaar waarin geloof zowel troost biedt als een overlevingsstrategie wordt. De laatste beweging is een explosie van levenswil, met ritme als ‘een dwingende, stuwende kracht die geen onderbreking duldt’, aldus Price zelf. Zo weet de componiste in Ethiopia’s Shadow in America de diaspora-ervaring op treffende wijze muzikaal te vertalen: niet door letterlijke citaten, maar door ritmische energie en kleurgebruik.


Carlos Simon

Songs of Separation (2023)

Na de kleurenpracht en ritmische gedrevenheid van Price, zorgen Carlos Simons Songs of Separation voor een terugkeer naar binnen. Simon schreef deze liedcyclus aan het begin van dit decennium, toen de coronapandemie de wereld plots uit haar vaart had gerukt en tot stilstand had gebracht. De eenzaamheid en het verlies waarmee de pandemie velen van ons confronteerde zetten de componist aan het denken. Want hoe pijnlijk ook, het waren precies deze gevoelens die ons als mensen dichter bij elkaar brachten. Dit inzicht vond Simon ook terug bij Jalāl al-Dīn Rumi, de 13e-eeuwse Sufi-dichter voor wie afscheid nemen geen eindpunt betekende, maar een poort naar inzicht.

Elk van de drie voor dit programma geselecteerde Songs of Separation combineert de poëzie van Rumi met een muzikale taal die bewust expressief geladen en direct is. De warme, brede melodische lijnen van de mezzosopraan (een partij die hier vertolkt wordt door Marta Fontanals-Simmons) worden ondersteund door een transparante orkestratie, die eerder op subtiele wijze mee schildert dan zelf het penseel in handen te nemen. Langzaamaan schuiven de orkestrale kleuren van donker naar licht, van rouw naar omarming. Samen vormen de vier delen een boog die eindigt in het inzicht dat ‘wat ons kwetst, ons ook zegent.’ Dat is niet enkel een poëtische gedachte, maar een muzikaal principe: dissonanten openen zich naar meer welluidende samenklanken, gesloten klankvelden breken open naar beweging, en uiteindelijk mondt het werk uit in een weliswaar ingekeerde, maar diep overtuigende boodschap van hoop.

Leonard Bernstein

West Side Story: Symphonic Dances (1960)

Wie al decennia eerder rotsvast geloofde in de rijkdom van een veelgelaagde en diverse cultuur, was Leonard Bernstein. Als geen ander wist Bernstein de meest diverse stijlen samen te brengen en zo een nieuwe Amerikaanse muzikale identiteit vorm te geven. Dat deed hij ook in de Symphonic Dances, een suite waarin hij de muziek van West Side Story omvormde tot een concertwerk. De dansen voeren ons mee naar een klankwereld waarin lyriek, ritmische ostinati, jazzinvloeden, latin-idiomen en klassieke structuren elkaar voortdurend kruisen en soms voor de voeten lopen. Deze muziek is zo levendig dat de energie en het verhaal van Bernsteins succesmusical zelfs zonder woorden overeind blijven. De opzwepende cadans van de mambo, de zwevende lyriek van ‘Somewhere’, de percussieve klankuitbarstingen en de botsende, maar toch altijd dansante ritmiek: in de Symphonic Dances komt het New York van de jaren 1950 meteen weer tot leven. Bernsteins polyglotte idioom luidde dan ook een nieuwe fase in de Amerikaanse symfonische muziek in, een die precies haar eigenheid vond in kruising en versmelting.

Jessie Montgomery

Coincident Dances (2017)

Portretteerde Bernstein New York vanuit een 20e-eeuws perspectief, dan toont Jessie Montgomery de stad zoals ze vandaag klinkt: gelaagd, bruisend en resoluut meertalig. Het kenmerkt Montgomery: als componiste van de 21e eeuw is haar werk radicaal in de wereld van vandaag geworteld. Niet alleen navigeert ze in haar muzikale taal moeiteloos tussen de meest verscheiden culturen (iets wat ze al op jonge leeftijd leerde door zowel haar Ghanese wortels als haar opleiding klassieke viool te omarmen). Het is ook vaak wat zich in onze hedendaagse wereld afspeelt dat haar tot componeren drijft. Zo vinden vele van haar composities inspiratie in de strijd tegen sociale ongelijkheid. Het leverde Montgomery wereldwijd bijval op voor haar engagement, en natuurlijk ook muzikale erkenning – dat laatste zelfs in de vorm van de muziekprijs bij uitstek: een Grammy.

Coincident Dances is Montgomery’s muzikale stadswandeling. Bij het minste ommetje in haar thuisstad New York hoor je geluiden die simultaan naast en door elkaar leven: sambaklanken naast technobeats, swing boven Afrikaanse percussie, elektronische pulsen onder klassieke melodieën… Montgomery componeert deze botsingen niet als collage, maar als een weefsel van klanklagen die met elkaar in dialoog gaan. Het orkest wordt een soort DJ-pult: het mixt ritmes, articuleert spanningen en bouwt aan een energie die voortdurend beweegt. Coincident Dances is de diaspora in real time – niet als herinnering, maar als dagelijkse ervaring.

Jessie en ik hebben verschillende Afrikaanse achtergronden: zij komt uit de Verenigde Staten, ik uit Zuid-Afrika. En toch vertellen we verhalen die op de een of andere manier met elkaar verbonden zijn.

Abel Selaocoe

Jessie Montgomery

These Righteous Paths (2026)

Montgomery’s nieuwste werk is een celloconcerto, geschreven voor en in nauwe dialoog met Abel Selaocoe. Tijdens het componeren van These Righteous Paths ging de componiste door een periode van diepe rouw na de dood van haar moeder, theatermaakster Robbie McCauley. Haar engagement binnen de Black Theatre-beweging was altijd al een groot voorbeeld voor Montgomery, maar in de jaren na haar dood voelde de componiste zich meer dan ooit geïnspireerd door haar moeders teksten: teksten die tegelijkertijd haar eigen draden in het web van de geschiedenis zichtbaar maakten én een manier vormden om de toekomst opnieuw zin te geven.

De componiste grijpt hierbij expliciet terug naar het Ghanese concept ‘sankofa’: vooruitgaan veronderstelt dat je naar het verleden durft te kijken. Muzikaal resulteert dat in een gelaagde taal waarin Afrikaanse ritmiek, barokke helderheid, jazzharmonie en improvisatorische vrijheid elkaar subtiel doorkruisen en verrijken. Montgomery’s eigen diaspora‑ervaring verweeft zich met die van Selaocoe – twee muzikale paden die, hoewel verschillend, toch met elkaar resoneren. De solopartij is symbiotisch met het orkest en laveert daarbij tussen verschillende rollen. Soms is de cellist een ritmische motor, soms een improviserende verteller, maar altijd doet hij dat in dialoog. These Righteous Paths beschouwt de geschiedenis niet als ballast, maar als bron van beweging. Het is muziek die zich openvouwt naar de toekomst, terwijl ze diep in het geheugen verankerd blijft.

Dit programma brengt componisten en uitvoerders samen die elk op hun manier de vraag stellen wat het betekent om je verleden mee te dragen in het nu, en je identiteit te vormen in blijvende beweging. Hun composities zijn geen lineaire verhalen, maar werelden waarin traditie, herinnering en vernieuwing steeds opnieuw met elkaar in gesprek gaan. En precies daar nodigen ze ons uit om zelf deelnemer te zijn van dat gesprek: in de eerste plaats al luisterend, maar elk op onze eigen manier ook mee vertellend.