Raven Chacon Inscription (2024)
Tyshawn Sorey Adagio (For Wadada Leo Smith) (2022)
Annea Lockwood Saouah! (1987)
George Lewis Weathering (2023)
16.10.2026 DESINGEL ANTWERPEN
17.10.2026 FLAGEY BRUSSEL
Voor Raven Chacon is de plaats waar iemand opgroeit nooit los te zien van diens artistieke praktijk. Zelf werd de componist in 1977 geboren binnen de Navajo Nation (Diné) in Arizona, het grootste inheemse reservaat van de VS. Hoewel hij zich terughoudend opstelt tegenover labels als ‘inheems componist’, blijven geschiedenis, gemeenschap en plaats belangrijke referentiepunten in zijn werk.
Dat blijkt onder meer uit Voiceless Mass, het werk waarvoor hij in 2022 de Pulitzer Prize ontving. Daarin onderzoekt Chacon de indrukwekkende ruimtelijkheid van een kathedraal, terwijl hij tegelijkertijd aandacht vraagt voor de vele stemmen die door dergelijke instituties onderdrukt en gemarginaliseerd zijn geworden. Ook andere projecten vertrekken vaak vanuit maatschappelijke vraagstukken, niet zozeer als expliciete politieke statements, maar als uitingen van een componist die zich bewust verhoudt tot de geschiedenis en de structuren waarbinnen hij werkt. Tegelijk is Chacon bovenal een onvermoeibare onderzoeker van klank. Zijn oeuvre beweegt zich op de grens tussen muziek, performance en beeldende kunst, en wordt gekenmerkt door een voortdurende zoektocht naar nieuwe manieren van luisteren. Zelf spreekt hij over het belang van "bending one's ears": het openen van het oor voor onbekende klanken en daarmee ook voor nieuwe perspectieven.
Toen hij de opdracht kreeg een orkestwerk te componeren, zag Chacon daarin een unieke kans om die zoektocht verder te zetten. Voor Inscription vertrok hij vanuit eeuwenoude rotstekeningen nabij Albuquerque in New Mexico. Al sinds zijn jeugd bezoekt hij deze sites en raakte hij gefascineerd door de mysterieuze tekens die door zijn voorouders in het gesteente zijn achtergelaten. Als componist begon hij die tekens steeds meer te zien als mogelijke muzikale gebaren.
Toch is Inscription geen grafische partituur. Wel klinkt in het werk duidelijk Chacons jarenlange ervaring met grafische notatie door. De petrogliefen functioneren niet als symbolen met een
vaste betekenis, maar als aanzetten tot bewegingen, speelgebaren en klankprocessen. Niet afzonderlijke tonen of motieven vormen het uitgangspunt van de compositie, maar muzikale gestes: bewegingen die zich door het orkest verspreiden en gaandeweg nieuwe klankwerelden genereren.
Vanuit die gesturale logica ontwikkelde Chacon verschillende klankvelden: zinderende microtonale texturen, langzaam oplossende klankwolken en massieve klanklagen die geleidelijk wegzinken in de diepte. Opvallend daarbij is dat individuele muzikanten vaak een eigen, unieke partij krijgen. De orkestklank ontstaat dus niet vanuit uniformiteit, maar juist uit de samenkomst van vele afzonderlijke stemmen. Uiteindelijk wordt Inscription zo een oefening in aandachtig luisteren. Met elke nieuwe klank waarvoor het oor zich openstelt, ontstaat ook ruimte voor een nieuw perspectief.
Het werk is opgedragen aan de visionaire trompettist en componist Wadada Leo Smith, een belangrijke mentor voor Sorey. Vooral Smiths vermogen om lange melodische lijnen te laten ‘ademen’ vormde een belangrijke inspiratiebron. In zijn muziek krijgt elke noot de ruimte om haar eigen gewicht, kleur en betekenis te ontwikkelen. Dat principe wordt in Adagio tot het uiterste doorgetrokken. Tegen een tempo van exact 36 kwartnoten per minuut ontvouwt zich een muziek waarin de tijd haast lijkt stil te staan. Terwijl het orkest een langzaam bewegend klanklandschap uittekent, fungeert de altsaxofoon als een warm en expressief ankerpunt.
Juist in die radicale vertraging schuilt ook een vorm van verzet. Door vast te houden aan aandacht, duur en concentratie weigert Sorey mee te gaan in een cultuur die snelheid, productiviteit en voortdurende classificatie centraal stelt. Verzet krijgt hier niet de vorm van confrontatie, maar van aandachtig aanwezig blijven.De in Nieuw-Zeeland geboren Amerikaanse componist Annea Lockwood behoort tot de pioniers van een muziekpraktijk die nauw verbonden is met de omgeving waarin zij ontstaat. Al in de jaren 1960 begon Lockwood haar aandacht te verleggen van traditionele instrumentale en elektronische klanken naar natuurgeluiden, menselijke stemmen en de vaak onverwachte rijkdom van dagelijkse luisterervaringen.
In haar werk staat dan ook een diep vertrouwen in de kracht van luisteren centraal. Lockwood verzamelt haar materiaal via opnames, maar manipuleert deze nauwelijks. Haar composities ontstaan uit een zorgvuldige selectie en ordening van opgenomen geluiden. Daaruit spreekt de overtuiging dat wie aandachtig leert luisteren, zich ook anders tot zijn omgeving gaat verhouden. Zo is haar bekende compositie A Sound Map of the Hudson River (1982) niet opgevat als een aanklacht tegen de vervuiling van de rivier, maar als een uitnodiging om haar rijke en complexe klankwereld te ervaren. Voor luisteraars die de Hudson doorgaans enkel zien, opent het werk een andere vorm van nabijheid.
Ook Saouah! vertrekt vanuit Lockwoods fascinatie voor water en de manier waarop klank zich daarover verplaatst. Oorspronkelijk stelde ze zich een uitvoering voor met vier koorgroepen in aparte bootjes, zodat de klanken zich voortdurend in wisselende patronen over het water zouden bewegen. Uiteindelijk verdween dat scenische element uit het werk, maar de fascinatie voor beweging, resonantie en ruimtelijkheid bleef wel centraal staan.
Lockwood omschrijft Saouah! als een soort "nachtscape": een nachtelijk klanklandschap waarin geluiden een vluchtige en bijna etherische kwaliteit krijgen. Stemmen, ademhalingen en de resonantie van tamtams duiken op uit de klankmassa, versmelten met elkaar en verdwijnen vervolgens weer in de ruimte. De titel verwijst naar een Samoaanse onomatopee voor het voorbijrazen van een voertuig, terwijl de tekst bestaat uit een mengeling van bestaande woorden en zelfbedachte lettergrepen. Niet betekenis, maar klank vormt het leidende principe. Het resultaat is een compositie waarin stemmen en instrumenten voortdurend nieuwe verbindingen aangaan. Zoals wel vaker bij Lockwood ligt de nadruk daarbij niet op het construeren van perfecte harmonieën, maar op het aandachtig waarnemen van de rijke resonanties die reeds aanwezig zijn in de wereld zelf.
Met George Lewis sluit het programma af bij een componist die al decennialang onderzoekt hoe muziek kan reageren op maatschappelijke structuren en historische ervaringen. Lewis groeide op in een door racisme en discriminatie geteisterd Chicago. Als jonge muzikant vond hij een artistieke thuis binnen de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), een organisatie die een cruciale rol speelde in de ontwikkeling van experimentele zwarte muziekpraktijken in de Verenigde Staten.
Veel van Lewis’ werk vertrekt vanuit vragen rond geschiedenis, representatie en de plaats van gemarginaliseerde stemmen binnen cultuur en samenleving. Ook Weathering uit 2023 sluit daarbij aan. De titel verwijst naar een concept van onderzoekster Arline Geronimus. Met Weathering beschrijft zij hoe langdurige blootstelling aan racisme en maatschappelijke ongelijkheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor lichaam en geest. Lewis vertaalt dat idee niet rechtstreeks naar muziek, maar onderzoekt hoe zo'n ervaring zou kunnen klinken.
Centraal in de compositie staat een zwaar, herkenbaar akkoord dat steeds opnieuw terugkeert. Lewis noemt het zelf het "Not this again!"-akkoord. De herhaling ervan roept een ervaring op die de componist vergelijkt met het verhaal van Sisyphus: een voortdurende confrontatie met dezelfde obstakels, zonder uitzicht op een definitieve overwinning. Het is een herkenbare ervaring voor veel zwarte Amerikanen, die desondanks altijd geacht worden zich ‘stoïcijns’ te gedragen wanneer ze voor een zoveelste keer te maken krijgen met racisme of discriminatie. Toch wil Weathering geen muzikale representatie van stress of wanhoop zijn. Integendeel. Lewis benadrukte dat hij bovenal hoopt empathie op te wekken. Zoals hij zelf opmerkt, hoeft kunst maatschappelijke ervaringen niet één op één te reproduceren om ze voelbaar te maken. Juist door middel van klank kan zij ruimte creëren voor herkenning, begrip en solidariteit. Het is precies deze overtuiging die Lewis deelt met Chacon, Sorey en Lockwood: dat verzet niet noodzakelijk luid en confronterend hoeft te zijn, maar ook kan ontstaan uit aandacht, verbeelding en het openen van nieuwe perspectieven.