Brussels Philharmonic | Sinfonía de Tango

Sinfonía de Tango

PROGRAMMATOELICHTING

Astor Piazzolla Tres Minutos con la Realidad / Melancólico Buenos Aires / Lo Que Vendrá / Prepárense
Eduardo Rovira
Contrapunteando / Sinfonia / Serial Dodecafónico
Julián Plaza
Nostálgico / Sensiblero
Jorge Caldara
Patético
Peregrino Paulos
Inspiración
Luis Rubinstein Noche de Amor
Reynaldo Nichele
Baile de Etiqueta
José Bragato
Vanguardista
Osvaldo Manzi
Febril
Enrique Lanno
Elegía para el Amigo Negro

[bekijk alle toelichtingen]

-----

06.03.2026 SCHOUWBURG HASSELT
07.03.2026 FLAGEY BRUSSEL

EEN VALSE CONTROVERSE

PIAZZOLLA – ROVIRA

Astor Piazzolla en Eduardo Rovira worden gewoonlijk voorgesteld als de twee baanbrekende voortrekkers van de moderne tango en er wordt vaak beweerd dat er een zekere rivaliteit tussen hen beiden heerste en oeverloos gediscussieerd over wie van beide de eerste was die de tango moderniseerde.

Een sleutelmoment bij de geboorte van de moderne tango, Nuevo Tango genoemd door Piazzolla en Tango Moderno door Rovira, was het jaar 1956. Het draagvlak voor traditionele tango was aanzienlijk afgenomen en er lagen weinig internationale kansen in het vooruitzicht. Geen van beide muzikanten had veel te verliezen; artistiek konden ze eender welk risico nemen en zo bouwden ze de volgende jaren aan een nieuwe tango, ontstaan uit de as van de prestigieuze decadentie die het genre ervoor had bereikt. We hebben het hier over twee tango-intellectuelen die vastberaden waren om te blijven werken aan de creatie van een nieuwe tango die nog niet bestond.

Nuevo Tango

Om artistieke frustratie te vermijden, besloot Piazzolla een carrière als klassiek componist na te streven onder het wijze oog van de beroemde muziekpedagoge Nadia Boulanger in Parijs. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk (1955) stelde Piazzolla een strijkorkest samen uit muzikanten van de Opéra de Paris met Lalo Schiffrin aan de piano. Hiermee nam hij enkele van zijn meest modernistische tangowerken op. Tevreden met het resultaat dat hij in Parijs wist te behalen, besloot Piazzolla bij zijn terugkeer in Buenos Aires om een uitgebreider strijkensemble samen te stellen aangevuld met tango-solisten en zo zijn muzikale zoektocht verder te zetten. Dit project liep van 1956 tot 1958.

Tango Moderno

Rovira was op zijn beurt geen imitator van Piazzolla. Hij ontwikkelde zijn eigen identiteit, en je hoeft slechts enkele maten van zijn muziek te beluisteren om de pracht van zijn unieke stijl te ontdekken. Hij streefde ernaar om het gebruik van traditionele harmonie en orkestratie binnen de tango uit te breiden en dit bracht hem tot een vernieuwende aanpak. Geïnspireerd door de polytonaliteit en polyritmes bij Stravinsky, de modale werkwijze van Debussy en Bartók’s extreme ritmische contrasten, stelde Rovira in 1961 zijn meest vernieuwende creatie voor: een dodecafonische tango getiteld Serial Dodecafónico.

foto's 1 & 2: Astor Piazzolla
foto's 3 & 4: Eduardo Rovira

-----

Twee pioniers, twee wegen

Een gelijkenis tussen Piazzolla en Rovira vinden we in het feit dat ze beiden muziek schreven voor hun eigen ensembles met dezelfde nauwgezette precisie als gebruikelijk was in de klassieke muziek. Beiden waren zich bewust van het belang van hun werk, maar terwijl Piazzolla graag luidkeels zijn eigen baanbrekende aanpak van de tango verkondigde, lukte het Rovira niet om zichzelf op dezelfde manier in de schijnwerpers te zetten. Astors internationale carrière (hij woonde onder meer in New York in 1958 en in Milaan in 1974) kwam tot bloei, terwijl Rovira zichzelf hoe langer hoe meer in het isolement dreef.

Ondanks hun gelijklopende parcours binnen de nieuwe tango, ontmoetten beide bandoneonisten mekaar slechts tweemaal: in 1961, toen Piazzolla aanwezig was bij een lezing van Rovira aan de Faculteit Geneeskunde en Rovira hem op het podium uitnodigde, waar Astor een korte improvisatie van Los Mareados speelde; en in 1966, toen ze op dezelfde avond het podium deelden in Gotàn, de tangoclub van Juan Cedron in Buenos Aires. Toch waren ze beiden zeer goed op de hoogte van mekaars reilen en zeilen. Rovira sprak vaak over zijn bewondering voor Piazzolla als collega, en Piazzolla uitte op zijn beurt regelmatig zijn respect voor Rovira als een waardevolle vernieuwer. Ze waren beiden protagonisten binnen het nachtelijke muziekleven van Buenos Aires. Beiden creëerden hun beste werk tijdens de jaren '60 en produceerden hiermee een de meest waardevolle oeuvres van Argentijnse bodem.